Er was once upon a time een zonnige dag in Knalstepia, toen Harry Potter zich een weg baande door het Flitswoud. De Lichtbomen zongen hun stralende melodieën, maar Harry had geen oren om naar ze te luisteren. Zijn gedachten waren volledig gericht op het redden van Dobby, die blijkbaar vastzat in de klauwen van een woeste draak.
Dobby, de kleine huiself met een kussensloop als enige kledingstuk, was iets te trots om te zeggen dat hij in de problemen zat—maar de kreet om hulp was niet te negeren. “Help!”, begon hij te schreeuwen terwijl hij op een rots nestelde, met de draak die sniffend in zijn richting kwam.
“Dobby!”, riep Harry, zijn hart bonzend in zijn borst. “Wat doe je in de klauwen van die draak?”
“Dobby is een vrij huiself! Maar Dobby is geen draakentevreden huiself!” Hij gebaarde naar het monster dat op hem afstormde, zijn schubben glinsterend in het zonlicht.
Harry rolde met zijn ogen. “Natuurlijk, je dacht dat je een draak zou kunnen controleren? Dit is geen fantasiefilm!”
Net toen de draak besloot dat Dobby een aantrekkelijke snack was, pakte Harry zijn toverstok en sprak een spreuk uit. “Vlammen weg! Draakslaap!” Maar de draak bleek koppiger dan verwacht en begon te sputteren.
“Dobby wil geen vuur!” gilde Dobby, terwijl hij naar de lucht sprong. “Dobby wil een pan met koekjes!”
“Zet je prioriteiten op orde, Dobby!” riep Harry terwijl hij zijn toverstok beter vasthield. De draak gromde en schudde Dobby met zijn krachtige klauwen.
“In de naam van de vriendschap!” besloot Harry. “Fokus!” Hij zwenkte zijn toverstok met een dramatisch gebaar en de draak veranderde plotseling in een vorstelijke pinguïn.
“Dobby had liever de koekjes,” verzuchtte Dobby, terwijl hij op de grond plofte. De draak—of de pinguïn, zoals ze nu moest heten—stond tammer dan verwacht voor hen.
“Laat me dit zo zeggen,” zei Harry, “Dobby, je kunt beter geen pinguïn zijn dan een draak-aan-huis-elf!”
Dobby krabde denken naar zijn hoofd. “Dobby neemt het mee voor de volgende keer!”
Gelukkig voor Dobby en Harry had de pinguïn het niet slecht gedaan. Met een majestueuze zwaan van zijn vleugels begon hij te schuifelen. “Hé, waarom hebben ze geen koekjes voor een pinguïn?” vroeg de pinguïn verbaasd.
“Ik heb een te zware geest, dat ik nooit een pinguïn ben geweest,” zei Harry sarcastisch, terwijl Dobby luidkeels begon te lachen.
Maar de vreugde was van korte duur. Plotseling sprongen de schaduwen van het Flitswoud omhoog. Een dreigende figuur verscheen—de Duistere Magiër van Knalstepia. “Jullie dappere zielen!” schaterde hij. “Dobby zal de draak opnieuw worden! Je kunt niet ontsnappen aan mijn voorspellingen!”
Harry en Dobby keken elkaar aan, opgelucht dat ze nog niet in de pan van de magie waren geklopt. “Als we samenwerken, kunnen we hem stoppen,” sprak Harry vastberaden.
En met de pinguïn die met een indrukwekkende duik naar boven vloog, schoten Harry en Dobby hun magie af. Een betovering hier, een spell daar, en de Duistere Magiër werd eindelijk verslagen door hun onverslaanbare vriendschap.
“Dobby is een held!” riep Dobby uit, terwijl hij Harry een knuffel gaf, waardoor ze beide omvielen in het gras.
“En dat door een draak, of moet ik zeggen een pinguïn?” grinnikte Harry.
“En misschien een beetje koffie voor de volgende keer?” stelde Dobby voor, terwijl ze samen lachend opliepen naar hun volgende avontuur.
