Op een dag komt papa aan het ontbijt met een serieus gezicht.
"Ik moet op reis," zegt hij. "Alleen."
Evi kijkt op. "Waarnaartoe?"
"Naar het Donkere Woud. Daar woont een boze heks. Ze heeft een vrouw gevangen gehouden — een vrouw die Kirsten heet. Ik ga haar bevrijden."
"Dan ga ik mee!" roept Evi.
Papa schudt zijn hoofd. "Nee, het is te gevaarlijk. Jij blijft hier."
Hij pakt zijn mantel en zijn zaklantaarn en vertrekt.
Maar Evi is het er niet mee eens.
"Beertje! Coco!" roept ze. "We gaan papa stiekem volgen!"
Beertje aarzelt. "Maar hij zei dat we moesten blijven..."
"Papa heeft mij nodig," zegt Evi dapper. "En ik kan met dieren praten. Dat kan hij niet."
Beertje knikt. "Oké. Ik ga mee."
Coco kwispelt.
Ze pakken een rugzakje en sluipen achter papa aan, het kasteel uit, door het Toverbos, tot aan de rand van het Donkere Woud.
Daar zien ze een oude, krakende hut. Papa klopt op de deur.
De deur zwaait open. Een heks met grijze ogen en een grote hoed kijkt boos.
"Wat kom jij doen?" sist ze.
"Ik kom Kirsten bevrijden," zegt papa kalm.
"Dat lukt je nooit!" lacht de heks. "Ze zit opgesloten in mijn toren. En de deur gaat alleen open als iemand haar naam roept die echt om haar geeft!"
De heks dacht dat dat onmogelijk was. Want wie kende Kirsten nog?
Maar papa deinst niet achteruit. Hij kijkt omhoog naar de kleine raamtje in de toren en roept luid: "Kirsten! We zijn er! Je bent niet alleen!"
Het raam begint te gloeien.
Op dat moment doet Evi een stap naar voren. Ze roept mee: "Kirsten! Kom maar naar beneden! Wij wachten op je!"
En dan — Beertje: "Kirsten! Beertje wil je leren kennen!"
Coco blaft vrolijk drie keer.
De torendeur springt open met een grote knal. De heks gilt en verdwijnt in een wolk van rook.
Uit de toren komt een vrouw. Haar ogen zijn moe maar warm. Ze kijkt verbaasd naar papa, naar Evi, naar Beertje en naar Coco.
"Jullie... roepen allemaal mijn naam?" fluistert ze.
"Natuurlijk," zegt Evi. "We kennen je nog niet, maar dat komt wel."
Kirsten moet lachen. Na al die tijd alleen, lacht ze.
De Liefdewolk boven Evi's hoofd gloeit zachtjes roze.
"Is dat...?" vraagt Kirsten.
"De Liefdewolk," zegt Evi trots. "Hij verschijnt als je iets liefs doet."
Ze wandelen samen terug — door het Donkere Woud, door het Toverbos, naar het kasteel. Papa loopt voorop. Evi loopt naast Kirsten en pakt haar hand.
"Blijf je bij ons?" vraagt Evi.
Kirsten kijkt naar het kasteel dat in de verte oplicht. "Als dat mag."
"Dat mag," zegt Beertje. "Hoe meer, hoe leuker."
Coco kwispelt zo hard dat zijn hele lijf meedoet.
En zo wandelen ze samen het kasteel in. Papa, Kirsten, Evi, Beertje en Coco. Een gezin.
Einde 🎀
